De reis naar Nilambe was een grotere beproeving dan mijn retraite weekje. De trein van Colombo naar Kandy was gecancelled. Door de hulp van een aardig srilankaans stel kon ik nog net op tijd in de boemel springen die me een eind op weg zou helpen, en waarna ik een bus zou kunnen nemen. De afspraak was dat ik zou bellen als ik op een bepaald station zou zijn, zodat de taxi rekening kon houden met zijn eigen reistijd. Echter, zowel de taxi chauffeur als de manager van Nilambe belden me steeds om te informeren waar ik was. Ze leken weinig vertrouwen te hebben dat ik ooit zou aankomen die dag. Die angst leek niet ongegrond. De lokale bus die ik nam vervaardigde een hoop rook, die na enige tijd ook in de bus zelf leek te ontwikkelen. Dus is de bus aan de kant gezet en moesten we wachten op een nieuwe bus om ons weer verder te rijden. Na nog een keer overstappen op een andere bus richting Kandy bereikte ik het punt waar ik opgepikt werd. De chauffeur wilde wel wat extra geld voor het wachten, waar ik niet om gevraagd had.
Aangekomen in Nilambe werd ik naar een hutje geleid, dat ik deelde met duitse Monika, en nam ik deel aan de eerste groepsmeditatie. Na 20 uur mag je niet meer op het terrein rondbanjeren (ook wat lastig, het is er aardedonker), dus zit er niet veel anders op dan naar bed te gaan, lezen bij kaarslicht of zaklantaarn is ook niet alles. Bovendien is het iedere ochtend om 4.30 uur opstaan. Eenmaal in bed bedacht ik dat ik nog iets nodig had, en deed mijn kaarsje weer aan. Een bloedbad. Ik bleek een bloedzuiger mee naar bed te hebben genomen. Nou had ik die wel eens eerder gezien en gehad, en spinnen vind ik nog steeds erger en enger.
Het delen van een kamer blijft toch lastig, of misscien wordt het wel steeds lastiger als je ouder wordt, kan ook. De duitse bleek 's nachts graag te rommelen. Zowieso houdt ze ervan om dingen heel langzaam te doen, zoals ze zelf zei: "ik ben niet langzaam, ik wil dingen graag langzaam doen." Zo ook 's nachts. Wat ze allemaal deed om 03.00 uur is me een raadsel, maar een feit is dat ik vervolgens ook wakker was. We mogen niet praten, dus heb ik haar in stilte zes keer vervloekt. Voor een boeddhist (is ze al járen) is ze behoorlijk rusteloos. Ik heb denk ik wat te leren, want ik was de enige die een kamer deelde, alleen kan ik niet bedenken wat.
Wat echt heerlijk is is dat er de hele dag niet gepraat werd in Nilambe. De regel is dat je alleen tussen 15.30 en 16.00 mag praten en dan alleen "rightful speech" zoals de Boeddha dat heeft verwoord. Op zich wel geestig, zo'n 30 rondschuivelende mensen die niet praten. Het werkt wel om volledig tot rust te komen en de zgn. "mental noise" te laten verstillen. Ik had in dat half uurtje dat praten was toegestaan niet eens zin om te praten vaak.
De tweede dag een wandeling gemaakt met een duitse die in Australië woont. Heftig. Op 1 januari is haar man gestorven aan kanker, en twee weken later is haar huis verwoest door de cycloon. Dan vallen mijn en andere problemen behoorlijk in het niet.
Het mediteren zelf ging wisselend, af en toe (met name 's morgens van 5-6 uur) vond ik het heel zwaar, en waren de gedachten in m'n hoofd op geen enkele manier te stoppen. Niet dat dat persé de bedoeling is, maar hier en daar een gat tussen de gedachten is wel fijn. Of, zoals ik ergens las en heb opgeschreven: "Je zult geleidelijk aan leren te zitten als een berg. Hoewel er gedachten kunnen ontstaan, zullen zij slechts wolken zijn die de berg passeren. De berg zal door de wolken niet worden aangetast. De berg blijft op haar plek, alles observerend, nergens naar uitreikend."